Zoet zout

WOESJJJ …. Een grote golf slaat over ons bijbootje heen en duwt mij – met één been al in de boot om in te stappen – omver het water in. Stijn zit al in het bootje en kan zijn lachen niet inhouden, hoewel hij zelf ook een flinke plens water over zich heeft gehad.

 

Een paar minuten ervoor hebben we onze bijboot van het hoger gelegen deel van het strand naar de branding gesleept. We hebben deze ochtend het stadje Cangas verkend en flinke boodschappen gedaan. Nu nog met ons privé taxibootje terug naar de Amuse. De golven in de branding zijn hoger dan toen we een paar uurtjes geleden met onze bijboot landden op het strand van Cangas. We wachten even tot er een paar golven voorbij zijn en zien dan een kans… HUP…. We nemen een aanloopje. De volgende golf besluit echter precies op het moment dat ik met één been in de bijboot en met één been nog in het water sta, zichzelf samen met mij op het strand te gooien. Tot m’n nek in het water dus!

 

Het lukt daarna gelukkig wel om met ons bootje door de branding te komen en vijf minuten later klauteren we druipend aan boord van de Amuse. De schade valt mee. De meeste boodschappen zijn wel nat geworden, maar kunnen na afspoelen en drogen alsnog de voorraadkast in. Het brood en de empanadia die we voor ons lunch hadden gekocht, zijn verrassend genoeg droog gebleven in hun papieren zak. Nadat we de boodschappen hebben afgewassen en onze kleren door een zoet sopje hebben gehaald, is de lunch wel extra verdiend, vinden we!

 

Boodschappen weer op het droge

 

In Cangas – aan de Ría de Vigo – liggen we inmiddels al twee dagen. We hadden oorspronkelijk het plan om na een nachtje ankeren voor het strand van Cangas naar Illa Cíes te varen. Dat schijnt een prachtig natuurreservaat te zijn, waar je fantastisch kunt wandelen. Voor ons vertrek in Nederland hebben we al een vergunning aangevraagd die we nodig hebben om hier ons anker te laten vallen. Als we ’s ochtends wakker worden, blijkt de hele baai vol mist te hangen. Illa Cíes zien we niet eens liggen en moet dus maar even wachten tot een ander moment. We maken er een rommeldagje van aan boord. Ook lekker. Meteen trouwens een goede gelegenheid om voor het eerst van mijn leven de kappersschaar ter hand te nemen en Stijn van een nieuwe coup te voorzien. Ik ben er wel een uurtje mee bezig, maar ben stiekem erg tevreden met het resultaat.

 

Ben misschien niet helemaal onbevooroordeeld, maar ik vind ‘m leuk zo!

 

De volgende dag is de mist aan onze kant van de baai minder – er komt zelfs een waterig zonnetje doorheen – maar Illa de Cíes ligt nog steeds in een dikke band met mist. Tijdens het ontbijt lezen we de blog van de Fastus, een andere Nederlandse zeilboot die hier rondvaart. Zij blijken ook net in Cangas te hebben gelegen en schrijven dat ze hier hun gasfles hebben kunnen bijvullen. Stijns ogen gaan glimmen. Wij hebben ook nog een lege gasfles die we graag willen laten vullen. Sterker nog… Ik had inmiddels al een hele blog kunnen vullen met alle pogingen die Stijn al sinds Frankrijk onderneemt om de geest (of het gas) weer in de fles te krijgen. Inmiddels zijn we erachter dat gasflessen lang niet overal bijgevuld mogen worden, en áls het al mag, dan blijkt de ene gasfles de andere niet te zijn. Wij hebben twee verschillende gasflessen aan boord: één van CampingGaz en één van BP. CampingGaz is tot nu toe overal verkrijgbaar, maar veel duurder en in kleinere flessen dan het ‘gewone’ butaangas waarmee onze (Britse) BP-fles wordt gevuld. Het blijkt echter lastig te zijn voor gasvulstations uit het ene land om te communiceren met gasflessen uit het andere land. Waarom is ons een raadsel, want het gas wat erin gaat, is volgens ons exact hetzelfde. Gevolg is echter dat Stijn in Frankrijk, op de Kanaaleilanden en in Spanje al regelmatig met onze lege gasfles op pad is gegaan… en ook weer teruggekomen.

 

Nu we echter lezen dat er hier – in zo’n klein dorpje als Cangas – een serieuze kans lijkt te zijn om onze gasfles te vullen, weet Stijn niet hoe snel hij na het ontbijt in de bijboot moet springen met de fles. Ik kan nog net een grote boodschappentas meegeven voor hij vertrekt; het lijkt me dezer dagen (na de aanslagen aan de oostkust) namelijk niet zo’n goed idee om open en bloot in Spanje rond te lopen met een gasfles. Een half uurtje later belt ‘ie mij op: “Ze kunnen de fles vullen, maar dan kan ik ‘m pas om 5 uur vanmiddag ophalen.” Of ik het erg vind om nog een dagje voor anker te blijven liggen. Nee hoor, we hebben geen haast. Het is allang fijn dat we de gasfles eindelijk weer gevuld kunnen krijgen. Over haast gesproken… De Spanjaarden – hoe aardig we ze ook vinden – blijken ook geen haast te hebben. Mañana, mañana! Als Stijn voor de vierde keer vandaag maar de kant roeit tegen een uur of vijf, blijkt vijf uur half zes te worden… en half zes wordt zes uur…. Tegen een uur of 7 zie ik Stijn zwaaiend op het strand verschijnen. Mét gevulde boodschappentas! Mission accomplished! En weer een dag gevuld. Voor mensen die zich afvragen wat wij toch de hele dag doen: Vandaag hebben we dus boodschappen gedaan en de gasfles laten vullen, en daar zijn we de hele dag zoet (en deels zout) mee geweest.

 

Enthousiast met gasfles op pad!

 

Omdat we zo’n drukke dag hebben gehad (😝) maken we het onszelf ’s avonds gemakkelijk. Een flink bord met paprika en tomaat, met wat stukjes chorizo en wat kaas. Meer hebben we niet nodig. Na zonsondergang koelt het buiten snel af en doen we binnen nog een potje Qwixx (leuk spelletje!), waarbij ik eindelijk eens weet te winnen van Stijn. Meestal win ik niet; waarschijnlijk heb ik gewoon meer geluk in de liefde 😜.

 

Het uitzicht op Cangas kennen we inmiddels wel, dus de volgende ochtend besluiten we verder te varen. Nog steeds staat Illa Cíes op ons verlanglijstje, maar het weer is een beetje bewolkt en druilerig in de ochtend. We laten Cíes dus nog even wat langer op ons wachten en zetten koers naar de Ensenada de San Simón, de verste uitloper van de Riá de Vigo. We zijn nog geen vijf minuten op weg als we getrakteerd worden op een geweldige dolfijnenshow! Zo veel en zo lang hebben we ze nog niet eerder gezien. En bovendien hebben ze deze keer ook nog eens zin om zich op video vast te laten leggen.

 

 

Een mijltje of zeven verder laten we ons anker alweer vallen in de Ensenada de San Simón, in de buurt van het dorpje San Adrián. Een oase van rust. Zelfs de wind laat het afweten. Inmiddels is de lucht weer opengetrokken, dus genieten we in het zonnetje van onze lunch. ’s Middags heeft Stijn alweer een volgend klusprojectje op het vizier: Een hor voor ons toegangsluik. Voor vrijwel al onze raampjes hebben we al horren, alleen ons toegangsluik is nog ‘horloos’. Omdat het fijn is om ’s nachts zo veel mogelijk open te kunnen zetten, willen we hier ook een hor voor maken. In Cangas heeft hij gisteren wat latjes op de kop getikt, dus de Amuse wordt in de middag omgetoverd tot een ware werkplaats. Het resultaat mag er zijn!

 

En maar zwaaien naar de muggen aan de andere kant!

 

Het wordt nu eindelijk tijd voor Illa Cíes, vinden we. We hebben eerst nog even een klein probleempje op te lossen… Omdat we al een tijdje niet meer in een haven hebben gelegen, is het einde van onze watervoorraad in zicht. Eén nachtje, of als we erg zuinig doen twee nachtjes, redden we het nog wel, maar we vinden het niet zo’n fijn idee dat we op korte tijd waarschijnlijk gedwongen zijn om een haven op te zoeken. Een volle tank geeft ons veel meer flexibiliteit om lekker te blijven ankeren. Daar verzinnen we dus wat op! Stijn ziet (met de verrekijker) dat we aan de buitenkant van de haven van San Adrián, even verderop, aan kunnen leggen. En ook dat er aan de buitenste steiger watertappunten zitten. We vinden het een tikkeltje asociaal om alleen maar even aan te leggen om water te tappen. Netjes als wij zijn, bedenken we dat de havenmeester vast geen probleem maakt van een paar litertjes water als we eerst in zijn restaurant lunchen. Nu we er toch zijn, bestellen we sint-jacobsschelpen en berberechos (een ander soort schelpen). Heerlijk, maar het gaat ons er uiteraard om dat we met een goed geweten onze watertanks kunnen vullen 😁.

 

Sint-jacobsschelpen, symbool voor de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela

 

Uiteindelijk varen we pas laat in de middag weg uit San Adrián. Geen probleem, want Illa Cíes ligt maar een goede tien mijl verderop. Onderweg varen we ineens door een dikke mistbank. Midden in de mist worden we via de marifoon opgeroepen door de Elisabeth, een ander Nederlands jacht dat in Vigo in de haven ligt en ons op de AIS voorbij ziet varen. We kletsen even en wisselen onze plannen uit. Leuk is dat, om af en toe even te opgeroepen te worden. Tegen de tijd dat we aankomen bij het eiland dat al zo lang op ons heeft liggen wachten, is de zon alweer doorgebroken. We gooien ons anker uit, eten wat, en duiken op tijd onze kooi in, om morgen op tijd het eiland te kunnen verkennen.

 

Illa Cíes is eigenlijk een eilandenarchipel, bestaande uit drie eilanden. Deze drie eilanden vormen samen een soort van natuurlijke buffer die de effecten van weer, wind en golven van de Atlantische Oceaan in de Ría de Vigo afzwakt. De oostkant van de eilanden biedt hele beschutte ankerplekken. Bijzonder om te weten dat de plek waar wij nu liggen eeuwen geleden al het toneel was voor piraten en andere indringers, die in de beschutting van het eiland hun anker lieten vallen om zich op te maken te steden in de achterliggende baai te veroveren. De piraten zijn de laatste decennia verruild voor toeristen. De hele dag varen passagiersboten met ladingen dagjesmensen af en aan. Het strand is in 2007 door The Guardian uitgeroepen tot het mooiste strand ter wereld en dat trekt natuurlijk toeristen aan. Ik ben er nog niet over uit of ik dan toch niet liever een paar piraten had gehad (met Johnny Depp als boegbeeld natuurlijk 😉).

 

Uitzicht vanaf Illa Cíes met op de achtergrond de Ría de Vigo

 

In alle vroegte, en nog een beetje in de mist, springen we in de bijboot en roeien naar het strand. Tegen de tijd dat we daar aankomen, is de mist opgelost. Helaas heeft de eerste passagiersboot haar lading inmiddels ook al gelost, dus we zijn niet de enigen die op weg gaan naar – wat men zegt – het mooiste punt van het eiland: de vuurtoren Faro de Cíes. Het moet gezegd: Het eiland is prachtig! Tegen de tijd dat we terugkomen bij het strand, zijn de toeristen nog behoorlijk in aantal toegenomen, en zijn we blij dat we met ons bijbootje terug kunnen naar de rust op de Amuse. Zo van een afstandje zien het strand en het eiland eruit zoals ze er in onze ogen uit horen te zien!

 

Mooi strand met véél meeuwen!

 

Uitzicht vanaf de vuurtoren van Illa Cíes

 

Hadden we al gezegd dat we met volle teugen van het leven in de Rías genieten? Waarschijnlijk wel. We zeggen het nog maar een keertje tegen elkaar, want binnenkort is het uit met de Ría-pret. We staan bijna op het punt om de Portugese wateren binnen te varen, die zich kenmerken door havens die op grote afstand van elkaar verspreid liggen langs een voornamelijk rechte kust. Geen leuke scharrelbaaitjes meer, en nauwelijks leuke ankerplekjes. Althans… Dat is wat we lezen nu we ons langzaam in ons Portugese avontuur aan het verdiepen zijn. En toch hebben we ook weer heel veel zin in een nieuw land, nieuwe avonturen en een andere cultuur! Dat gevoel dat je je hecht aan een land en dat het voor ons gevoel toch even slikken is om afscheid ervan te nemen, hebben we in Frankrijk ook al gehad. Tegelijkertijd weten we van onszelf dat we deze reis juist ook begonnen zijn om steeds weer nieuwe dingen te ontdekken. Langzaamaan naderen we daarom de grens van Portugal.

 

Vanuit Illa Cíes varen we naar Baiona: de laatste grote haven vóór we de denkbeeldige grens met Portugal zullen kruisen. Toeval wil dat de Elisabeth – die ons eerder opriep – hier naast ons in de haven ligt. We zitten een tijd te kletsen met Peter en Jacqueline. Leuk om weer eens lekker Nederlands te keuvelen en plannen en technische tips uit te wisselen. Na ruim een week ankeren, verwennen we de boot verder weer eens uitgebreid met een zoetwatersopje, we draaien een wasje in de plaatselijke lavanderia, maken de bijboot goed schoon, gebruiken de spaarzame WiFi van de haven om in anderhalf uur tijd ons filmpje van de dolfijnen te uploaden en doen nog een aantal andere karweitjes. En natuurlijk eten we in de smalle, gezellige straatjes van Baiona nog een keertje tapas, om te vieren dat we vijf heerlijke weken in Spanje hebben doorgebracht! Bijzonder om in deze stad, waar Columbus in 1493 terugkeerde met de mededeling dat hij een ‘nieuwe wereld’ had ontdekt, afscheid te nemen van Spanje. Wij gaan ook weer op zoek naar voor ons nieuwe werelden!

 

In de haven van Baiona ligt een replica van de Pinta, één van de schepen van Columbus

 

8 gedachten over “Zoet zout

  1. Stijn en Yvet, leuk om jullie mooi verwoorde en in beeld gebrachte belevenissen te volgen! Jullie schrijftalent maakt jullie blog tot een lees feestje.

    Telkens weer bijzonder om dolfijnen rond de boot te hebben. Wij hebben dat ook een aantal keren mogen meemaken (https://www.youtube.com/watch?v=gcxlrQQ4ono en https://www.youtube.com/watch?v=8jzc4Iq7rro). Die dieren maken iets los in mensen, altijd leuk als ze letterlijk en figuurlijk weer opduiken.

    We zijn benieuwd wat jullie keuze wordt voor het vervolg van de reis.

    Fair winds and following seas!

    1. Leuk dat je onze blog een feestje vindt Hans! Las dat jullie ook weer terug zijn uit het noorden. Hebben jullie het naar jullie zin gehad?

      1. Ja, het was een prachtige tocht. We hebben de scherenkust boven Göteborg ditmaal tot de Noorse grens bezeild. Overwegend mooi zeilweer (en beter weer dan in Nederland), maar de Zweden klaagden een beetje over de slechte zomer en volgens hen vaak harde wind. Later begrepen we van Zweedse zeilers dat veel Zweden na de erg lange en donkere winters daar zo naar de zomer uitzien dat het al snel tegenvalt als het niet 25ºC met zon is.

        Cuxhaven (Duitse Bocht) bij de terugreis voor de verandering maar een keer bij NW 6 Bft gedaan (de windverwachting was lager). Niet comfortabel maar interessant om mee te maken, zodat je de horror verhalen zelf kunt toetsen aan de werkelijkheid.

        Al met al prachtige plekken bezocht en weer genoten van de relaxte, vriendelijke Zweden.

        Maar als ik jullie verhalen lees komen jullie ook veel zeer gastvrije en vriendelijke mensen tegen. Maakt het avontuur toch extra leuk!

  2. Wat mooi, die dolfijnen! Een waar feest! Wij hadden er vorig weekend aan het eind van ons extra weekje “rondje zeilen door Zeeland” een stel in de Oosterschelde, bruinvissen dan wel, maar met een zelfde soort elegantie en samenspel. Je wordt daar toch helemaal stil van… Zeker als er dan even verderop een zeehond zijn nieuwsgierige kop boven water steekt!

  3. Hallo levensgenieters, wat heerlijk om te zien dat jullie volop genieten van de boot en van jullie uitdaging. Mooi die blauwe bekleding…
    Hartelijke groet uit Hasselt.
    Ad Akkerman

  4. Leuke blog Yvet, mooie verhalen en prachtige plaatjes…..en superleuk je vanmiddag ff gesproken te hebben…….geniet van de avonturen en je ontdekkingen!!

Geef een antwoord