Zon en schaduw

Na vier dagen sight-seeing in Lissabon, houden we de drukte van de stad weer voor gezien. De Algarve trekt aan ons. Na de toch wel wat lange westkust van Portugal, waar maar weinig havens lagen, kijken we uit naar de zonnige zuidkust van Portugal. Aan het eind van de dag varen we alvast naar Cascais, aan de monding van de Tejo; dat scheelt morgen alweer een mijltje of 10. Op de Tejo hebben we stevige wind. Alweer komen we een paar boten van de Volvo Ocean Race (VOR) tegen, de Dongfeng en de Mapfre, die zo te zien wat bijzondere situaties aan het oefenen zijn met deze harde wind.

De VOR wedstrijdboten verdwijnen heel snel weer aan de horizon

 

De wind blijkt een groot deel van de nacht aan te houden. Vooral de vlagen maken er een onrustige nacht van. De wekker – die we toch al vroeg hadden gezet – voelt zich vast nutteloos als wij nog vóór hij zijn werk kan doen al naast ons bed staan. Rond zonsopkomst trekken we het anker uit de modder, om een lange ruk te maken richting Sines. De eerste uurtjes ligt de wind blijkbaar nog te slapen, maar als ‘ie eenmaal wakker wordt, speren we met de wind in de rug over een steeds hobbeliger wordende zee naar Sines. Je moet je voorstellen dat je met zo’n hobbelige zee continu van links naar rechts (en ook weer terug) wordt gesmeten. Dat maakt het lastig om binnen in de boot dingen te doen. Het is ook wel een beetje vermoeiend om je de hele dag schrap te zetten. We zijn blij als de golven wegvallen zodra we de golfbrekers van Sines binnenvaren. Net voor zonsondergang laten we het anker vallen in de beschutte baai voor het stadje. Een snelle hap, en dan duiken we ons nest in.

Zwaar geschut om Sines te beschermen voor ongenode gasten, we liggen wel gevaarlijk dicht in de vuurlinie

 

Sines is een aardig stadje, waar Stijn de volgende dag nog even rondneust terwijl ik wat slaap inhaal, maar eigenlijk is het voor ons met name een doorreishaven op weg naar het zuiden. Sterker nog: we willen vanavond alweer doorvaren naar Sagres, net om de hoek van Cabo São Vicente, waar de Algarve begint. Waarom vanavond vertrekken en niet gewoon de volgende ochtend? Dat heeft te maken met deze Cabo. We hebben in onze blogs al vaker geschreven dat er rondom kapen flinke wind en golven kunnen staan. Dat is bij deze kaap al helemaal het geval. We willen deze kaap het liefst ronden op een moment waarop de wind niet te hard is; zonsopkomst lijkt daarvoor het beste moment. Net voor zonsondergang is de wind het sterkst, dan willen we in elk geval niet bij de kaap zijn. Omdat we inschatten dat het zo’n 12 uur varen is van Sines naar de kaap, vertrekken we om 19.00 uur ’s avonds uit Sines. Eten maken is een stuk makkelijker nu we nog in de haven liggen, dus hebben we ons avondeten al op vóór we het anker ophalen. Dat de golfbrekers hier niet voor niets zijn gebouwd, merken we meteen als we hun beschutting achter ons hebben gelaten met het naar buiten varen. Wát een klotsbak hebben we! En er staat ook nog eens nauwelijks wind. Als die er wél zou staan, wordt de boot wat meer één kant op geduwd en ligt ‘ie veel rustiger in de golven. Nu er nauwelijks wind staat, zijn we speelbal van de golven. We kijken elkaar aan: zullen we omdraaien? Of doorvaren, met het risico dat we een nachtje schudden op de motor voor de boeg hebben? De windvoorspellingen voor morgen overdag zijn niet beter, dus we besluiten door te zetten. We genieten samen wel – al schuddend en klotsend – van de ondergaande zon, en daarna gaat ons wachtschema in. Drie uurtjes op om de wacht te houden; drie uurtjes af om wat slaap te pakken. Gelukkig worden de golven gedurende de nacht iets milder en kunnen we zowaar nog een paar uurtjes zeilen. Als Stijn mij rond 7.30 uur wakker maakt, omdat we bijna in Sagres zijn, ligt de kaap al achter ons. Onze timing pakte blijkbaar goed uit, want meer dan 26 knopen wind (windkracht 6) heeft Stijn niet gehad rondom de kaap. Aan het eind van de dag blijken hier vaak zo’n 30 tot 40 knopen wind te staan (windkracht 7-8).

Met zonsopkomst ronden we Cabo São Vicente

 

Het kan niet anders dan dat de Amuse óók geniet van het ankerplekje in Sagres

 

Als onze reis een toneelstuk zou zijn geweest, hadden we kunnen stellen dat de kaap de scheiding tussen twee actes vormde. Alsof de kaap zelf het gordijn was waarachter het decor in no-time werd verwisseld voor de volgende acte. Het grotendeels groene decor van de Atlantische westkust van Spanje en westelijk Portugal heeft in één keer plaatsgemaakt voor een droger, leger landschap. De beboste bergen hebben hier plaats gemaakt voor uitgestrekte vlakten met af en toe wat mediterrane begroeiing. Veel vetplanten en cactussen. En her en der een palmboom. De rotsen zijn niet meer grijs, maar hebben prachtige tinten variërend van oker tot oranje. Waar de lucht vóór het gordijn zakte nog vochtig was, is de lucht hier droog en zo’n 5 tot 10 graden warmer. De lucht die hier van het land de zee op wordt geblazen ruikt zelfs kruidig, naar anijs ofzo. Het is zo’n decor waar je moeiteloos wat gegrilde sardientjes, een koud glaasje witte wijn en UB40 op de achtergrond bij kunt fantaseren. Dat laatste heeft natuurlijk niets met Portugal te maken, maar wij zijn niet vies van een beetje fusion.

 

Hoewel we moe zijn na een nacht varen, kijken we elkaar blij aan: dit is waar we de laatste weken naar uitgekeken hadden. Het voelt een beetje als vakantie! Als ons anker ligt, duiken we toch nog even ons nest in. Dat de zon inmiddels net boven de rotsen uitpiept, verhindert ons niet om als een blok in slaap te vallen en pas tegen lunchtijd weer wakker te worden. Op het strand liggen inmiddels wat strandgasten, maar het is toch nog heerlijk rustig in deze baai. We liggen een steenworp afstand van de Cabo São Vicente, dus we horen de wind wel gieren boven over de rotsen heen, maar wij liggen in de luwte lekker rustig te dobberen. De volgende dag tillen we de bijboot het water in en roeien naar het strand. We wandelen een eindje richting een andere kaap en maken een rondje door het dorp. Het is hier duidelijk veel meer ingesteld op toeristen dan de dorpen die we aan de westkust hebben gezien. Tegelijkertijd voel je ook dat het naseizoen is: er zijn nog wel toeristen, maar het is zeker niet overvol. Het voelt alsof het dorp blij is dat het na een volle zomer eindelijk wat meer in de relaxte modus kan komen, of is het onze eigen reflectie van de werkelijkheid? Net voor zonsondergang zien we de Dina Helena de baai invaren. We hebben Henk en Marja al een paar keer eerder ontmoet tijdens onze reis. Leuk om ze nu weer tegen te komen. We nodigen ze uit voor een borrel ’s avonds bij ons op de boot. Gezellig! Met een wijntje erbij wisselen we tips en ervaringen uit. Henk en Stijn dokteren ondertussen de handigste techniek uit om een neuringlijn aan het anker te bevestigen. (Een neuringlijn is een lijn waarmee je het anker los kunt trekken, mocht het vast zitten op de bodem)

 

De volgende ochtend varen we weer wat verder oostwaarts. We hebben de afgelopen dagen een grove planning gemaakt voor wat we allemaal willen zien in de Algarve en de eerstvolgende stop op ons lijstje is Alvor. Dat is een soort waddengebiedje, waar je schitterend tussen de zandbanken en de vele watervogels schijnt te kunnen ankeren. We trekken ons anker op en al varende verdiepen we ons in de details van de baai van Alvor. Als we de details bestuderen, lezen we dat de geul waardoor we moeten varen om Alvor te bereiken nogal ondiep is. In de pilot lezen we dat de geul uitgebaggerd zou moeten zijn tot een diepte van 2 meter, maar dat de zandbanken zich snel verplaatsen, dus dat de betonning die de geul aan moet geven niet heel betrouwbaar is. Dan komt het er ineens op aan welk getij het is. Jeetje, het besef van getij was ver weggezakt. Waar de getijdentabel langs de Franse kust nog dagelijkse kost was, hebben we langs de gehele westkust van Spanje en Portugal niet één keer de getijden hoeven op te zoeken. Om eerlijk te zijn, hadden we geen flauw benul dat het vandaag precies springtij is… tot we het – onderweg naar Alvor – even opzoeken. Dat verandert de zaak. Met springtij is de amplitude van het getij het grootst: de waterstand met vloed is dan erg hoog en met eb juist heel laag. We concluderen al snel dat de ankerplaats voor Alvor misschien te ondiep voor ons kan worden met eb….. En schakelen meteen over op plan B. We varen door naar Portimão. Niet meteen de plaats van onze voorkeur, want in de pilot lezen we dat het grote, toeristische plaats is, met een lelijke en veel te dure haven. Als we Portimão in zicht krijgen, zijn we inderdaad niet heel gecharmeerd van de vele flatgebouwen en de overvolle stranden. Waar Portimão aan de ene oever van de rivier ligt, ligt Ferragudo aan de andere oever: een rustig vissersdorpje. Ook wel wat toerisme, maar veel gemoedelijker dan de grote broer aan de overkant. We kunnen gelukkig voor het strand van Ferragudo ankeren en hoeven niet de haven in. De wind draait ons ook nog eens zo dat we vanuit de kuip uitzicht hebben op Ferragudo en geen last hebben van de drukte van Portimão.

Leuke gekleurde straatjes in Ferragudo

 

In Portimão blijven we een paar dagen liggen. We genieten van de warmte, die maakt dat we ’s ochtends al buiten kunnen ontbijten en ’s avonds nog lekker buiten in de kuip kunnen eten. Het voelt echt als vakantie. Ik hoor je al denken: “Ja hoor… ze hebben toch alléén maar vakantie?” Om je de waarheid te vertellen: dat voelt helemaal niet zo. Ons tempo is wel wat langzamer, en we hebben geen ‘moetjes’ in onze agenda staan, tegelijkertijd zijn we toch altijd wel de hele dag bezig. Boodschappen, bootonderhoud, op zoek naar een winkel voor een onderdeel dat vervangen moet worden, vissen (nog steeds zonder succes overigens), wasjes doen, onze water- en dieselvoorraad op peil houden, nóg slimmere oplossingen verzinnen en knutselen voor wat je maar kunt bedenken aan onze boot (hoewel ik moet toegeven dat Stijn in dat laatste significant meer tijd steekt dan ik). Maar hier in de Algarve doen we het net wat rustiger aan. Het geeft ons de tijd om zelf onze eerste Bacalhau te bereiden. We hebben in restaurants een heerlijke variant geproefd met een laag rösti en uien erbovenop. Dat kunnen wij ook! Van Truus en René hebben we bij ons vertrek een overlevingspakketje gekregen. Het laatste artikel dat daar nog van over is, is een pak kant-en-klare rösti. Die pimpen we nog wat op met ui en knoflook voor we er de Bacalhau mee afdekken. Half uurtje in de oven, glaasje witte wijn erbij en wij zitten te smikkelen! Tijdens de dagen dat we hier liggen, roeien we een paar keer naar de kant, om het dorpje te verkennen en om een wandeling te maken langs de rotskust hier. Prachtig!

 

Zelfgemaakte bacalhau a bras

 

Dobberend voor het strand van Ferragudo spreken we ook met Stefan af dat hij ons in Faro op komt zoeken. Leuk! Omdat Faro op een afstand ligt die makkelijk binnen een dag te bevaren is vanuit hier, en Stefan pas op 1 oktober langskomt, hebben wij de tijd om nog lekker even vakantie te blijven vieren langs dit deel van de kust. Omdat het getij inmiddels alweer op haar retour is, behoort Alvor nu wél tot de mogelijkheden! Dus hup, we halen het anker op en varen de vijf hele mijlen terug naar Alvor. We mikken erop dat we met laag water binnenkomen. Mochten we ergens vastlopen op een zandbank, dan hoeven we alleen maar te wachten tot het water wat gestegen is. Als we de rivier opvaren, liggen er al een paar boten voor anker in de riviermonding. Het waait en stroomt hier flink, dus we vinden dit zelf geen goede optie om te ankeren. Waar het riviertje verder gaat, zien we al van een afstandje ondiepe plekken in het water. We varen dus heel langzaam een stukje verder om te proberen of het gaat. Tot ik de diepte op de dieptemeter wel érg snel terug zie lopen: 2,5… 2,4…, 2,3… 2,2… 2,1… 2,0… 1,9…In z’n achteruit! Met onze 1,85 meter diepgang gaat dit niet lukken. We besluiten toch maar even te wachten op wat hoger water en ankeren een paar uurtjes in de monding van de rivier. Een uurtje of 4 later staat er bijna 2 meter water méér en proberen we het opnieuw. Ik vaar langzaam naar binnen en houd angstvallig de dieptemeter in de gaten. Stijn staat ondertussen voor op de punt en wijst mij als volleerd loods de weg tussen de zandbanken. De diepte blijkt precies genoeg te zijn om (met maar liefst 10 centimeter ruimte onder de kiel) door de geul te varen naar de iets diepere poel voor Alvor. Het is hier best druk met boten, maar we vinden een plekje om ons anker te laten vallen. Wat liggen we hier móói! Het lijkt wel alsof we in Vlieland zijn! Om ons heen zien we droogvallende platen met heel veel watervogels. En achter de kade rijst Alvor tegen de heuvels op.

Prachtig ankeren in Alvor
Wandelen rondom de duinen en wadden

In Alvor lopen nog wel toeristen rond, maar gelukkig teruggebracht tot nazomeraantallen. De meeste toeristen zijn hier Engels. De laatste mode voor Engelse mannen is om met ontbloot bovenlijf te lopen. Dat blijft niet beperkt tot het strand; ook de wandelpaden en de straat blijken perfecte catwalks. Helaas leidt het slechts zelden tot een verbetering van het uitzicht. Wat wel weer prachtig is, is de natuur rondom Alvor. We wandelen aan de westkant door prachtig duingebied, en aan de oostkant van Alvor door uitgesleten rotspartijen langs de kust. ’s Middags worden we uitgenodigd voor een borrel op de Dina Helena. Superleuk om ze in deze baai weer tegen te komen. Bij hen aan boord ontmoeten we Wouter en Yvonne, die ook uitgenodigd zijn. Een prachtig stel. Als ik zou schrijven dat het een ouder stel is, zou ik ze geen eer aandoen, want hun geest is in mijn ogen minstens 40 jaar jonger dan de leeftijd die hun paspoort zou verklappen. Zij is niet meer in staat om te zeilen, maar ze laten zich samen niet belemmeren om rond te reizen: hij per zeilboot en zij met haar eigen campertje reizen ze naar dezelfde bestemmingen. Inspirerend hoe zij op hun leeftijd vooral kijken naar de mogelijkheden in plaats van te sippen bij wat er niet meer kan.

Indrukwekkende rotskust…
…met heel veel ‘grotten’ en gaten die door het water zijn uitgesleten

Hoewel de zon hier uitbundig schijnt, trekt er in deze baai ook een enorme schaduw over. Niet voor het eerst ervaren we dat genieten en verdrietig zijn dicht bij elkaar liggen; als weerszijden van eenzelfde medaille. We horen het verdrietige bericht dat het niet goed gaat met tante Rinie. Ze is al een tijdje ziek, maar nu horen we van neef Marcel dat haar afscheid nabij is. Wat voelen we ons nu ver weg! Wat zou ik haar graag nog een knuffel geven! We zijn op dit moment met onze gedachten bij haar, ome Martin, mijn neven, aanhang en kleinkinderen.

5 gedachten over “Zon en schaduw

  1. Heerlijk om op ons terrasje jullie verhalen te delen. Fijn dat het goed gaat met jullie en de boot.
    Hartelijke groet uit Hasselt.

  2. Wat zijn jullie toch aan het genieten, heerlijk. Beetje jaloers ook, en ik weet zeker dat ik niet de enige ben. Alle goeds!

  3. Jullie houden van lekker eten: mochten jullie ooit in Olhao belanden: de heerlijkste home made “flan” kan je daar vinden, na de sardientjes zo uit de zee een waar genot…

Geef een antwoord