Dorpje in de oceaan

Disclaimer vooraf (speciaal voor Matthijs): Het lezen van deze blog zonder zonnebril kan ernstige beschadiging van het netvlies opleveren! Het risico is te beperken door eerst een koude Corona te ontkurken.

 

Het is nog donker als er een haan begint te kraaien op de kant. Die is er vroeg bij! Tegen de tijd dat de zon haar stralen precies onder het dakluik van onze hut perst, word ik pas echt wakker. Op de kant hoor ik al mannen praten. Hun Caribische gebroken-Engels is nauwelijks verstaanbaar, maar de toon verraadt dat ze zich zo vroeg in de ochtend al ergens druk om maken. Even later wordt de Amuse flink door elkaar geschud door de hekgolf van de ferry, die zijn dagelijkse routine is begonnen met een lading schoolkinderen die in groene, ouderwets aandoende schooluniformen op weg zijn naar St. Vincent. Tijd om uit bed te komen.

Het is net of we hier in Bequia (wat je uitspreekt als Bek-wee), elke ochtend wakker worden in een dorp. Een Caribisch dorp in de oceaan. We liggen voor anker in Admiralty Bay. Dat is een baai die een flink eind landinwaarts loopt en daarmee erg goed beschut is. De baai is omringd door dichtbegroeide groene bergen, met overal mooi gekleurde huisjes. Groene huisjes met blauwe dakjes, oranje huisjes met gele dakjes, rode huisjes met paarse dakjes. Van een afstandje lijkt het alsof er iemand een zak confetti over de bergen heeft uitgestrooid. Het water waarin de Amuse drijft is blauw en kraakhelder.

 

De Amuse heeft wel eens op vervelender plekjes gelegen

 

Tijdens het ontbijt zetten we de marifoon aan om het ‘netje’ te beluisteren. Elke ochtend om 8.00 uur wordt er hier een ‘net’ georganiseerd. Dat is een korte ‘meeting’ voor zeilers, via de marifoon. Zo’n netje loopt via een afgesproken protocol, geleid door een vrijwillige ‘net controler’, waarbij bijvoorbeeld gestart wordt met de weersvoorspellingen en daarna nieuw gearriveerden de kans krijgen om zich even voor te stellen. Ook vragen over waar bijvoorbeeld een goede lokale lasser te vinden is, of een zeilmaker, kunnen worden gesteld. En er zit ook altijd wel een rubriek bij waarin lokale ondernemers (lees: bars) hun activiteiten (lees: feestjes) kunnen melden. Het duurt meestal een kwartiertje. Zo’n netje hebben we twee keer eerder meegemaakt: één keer een paar jaar geleden in Licata op Sicilië, toen we bij Eric & Femke op hun boot op bezoek waren. En ook op Grenada was er elke ochtend een netje. Op beide plekken was dat een initiatief van Amerikaanse zeilers, wiens stijl bij ons toch altijd een beetje op de lachspieren werkt: “Gooood morning fellowwww cruisers… I hope you are doing greeeat on this woooonderful day!”

Het netje hier op Bequia tovert – om heel andere redenen – een lach op ons gezicht. Het wordt elke ochtend trouw geleid door Lafayette, de uitbaatster van één de lokale eettentjes hier. Het voelt wel heel warm om door een local met Caribisch accent en een hoorbare smile welkom te worden geheten op haar eigen eiland. Ze klinkt oprecht betrokken bij de zeilers die het eiland aandoen. Niet gek dus dat wij al op één van de eerste dagen in haar eettentje ‘The Fig Tree’ aanschuiven. We worden er verwelkomd door een wat oudere vrouw met een enorme bos al wat grijzende rasta’s. Het blijkt de moeder van Lafayette te zijn, Cheryl. Zij heeft het restaurant 13 jaar geleden overgenomen en staat nu op het punt om het stokje over te dragen aan haar dochter.

Het is laagseizoen hier en dat is te merken, want wij zijn vanmiddag de enige gasten in The Fig Tree. Cheryl nodigt ons uit aan haar tafeltje en we eten op haar aanraden roti goat en roti conch. Jummie. Ondertussen zitten we gezellig te kletsen. Wat een inspirerende vrouw is Cheryl. Ze runt het restaurant met net zo’n energie als waarmee ze praat. Met een knipoog vertelt ze dat ze ooit een jaar in Duitsland heeft gewoond en dat het voelde alsof haar tempo toen eindelijk paste in haar omgeving. En ze ergert zich rot aan het tempo van veel andere Caribiërs. Grappig. Terwijl wij het steeds makkelijker vinden om dat tempo te accepteren van anderen, en zelfs toe te laten in onszelf.

Naast het runnen van haar restaurant probeert Cheryl duidelijk ook een opvoedkundige rol hier op het eiland in te vullen. Als een soort van wijze oude dame. Ze vertelt dat ze haar kleindochters leert om mensen aan te kijken als ze praten. Dat is lang geen gemeengoed hier, merken wij ook. Heel vaak kijken met name vrouwen weg als je ze aanspreekt. We vinden het lastig om dit te interpreteren. Is het verlegenheid? Is het gêne? Cheryl leert haar tienerkleindochters dat ze jongens in de ogen moet kijken, zodat ze kunnen zien wat voor vlees ze in de kuip hebben en zich bovendien op gelijk niveau kunnen plaatsen. Gelijkheid tussen seksen lijkt hier op papier wel aanwezig, maar is toch veel minder ver ontwikkeld dan in Nederland. Des te mooier dat Cheryl bijdraagt in dit bewustzijn. Verder vertelt ze met trots dat ze om de zaterdag een leesclub leidt, waarin ze kinderen helpt het lezen te ontwikkelen, maar hen ook stimuleert om in het openbaar te spreken. Terwijl ze dat vertelt, geeft ze met een half woord een jong personeelslid dat over haar eigen bord heen hangt te verstaan dat ze rechtop moet gaan zitten als ze eet. Practice what you preach, ademt Cheryl. Prachtig. Alweer genieten we dat we de tijd kunnen nemen voor zo’n mooie spontane ontmoeting.

Bequia is slechts 18 km2 groot, en hoewel het bij St. Vincent hoort, heeft het echt haar eigen karakter. Grote zus St. Vincent, door locals aangeduid als the mainland, ligt met 20 minuten ferrytijd om de hoek. De air van ‘de grote stad’ klinkt door als ze het erover hebben. Omdat hier op Bequia weinig te krijgen is, worden veel inkopen in St. Vincent gedaan. Volgens de locals ligt het tempo er hoger, en wonen er ook véél meer mensen (in onze ogen is het inwonersaantal van 100.000 mensen nog steeds erg laag). Volgens hen is het niet gek dat er daar dus meer armoede en criminaliteit heerst. Hier in Bequia – waar zo’n 5.000 mensen wonen – gaat het er allemaal veel rustiger aan toe. Veel mensen kennen elkaar.

 

Er zijn slechtere podia denkbaar om over het leven te filosoferen, toch?

 

Dat het eiland een lange traditie heeft van zeevaart en botenbouw, is nog steeds te zien. Al eeuwenlang worden hier boten gebouwd. Vroeger waren dat zeilende vrachtschepen, die over de hele Carieb heen en weer voeren. Tegenwoordig worden er juist wat kleinere, sportieve boten gebouwd. Het eiland is ook al eeuwenlang bekend om haar walvisvangst. Het verbaast me om te horen dat ze hier nog steeds walvissen vangen. Mijn eerste reactie is dat ik dat heel gruwelijk vind. Maar als ik hoor dat er maximaal vier walvissen per jaar gevangen mogen worden (wat niet elk jaar wordt gehaald), dat er nog op traditionele wijze op wordt gejaagd (met zeilboten en harpoenen), en dat er vele gezinnen op het eiland van de walvis eten en elk stukje gebruikt wordt, merk ik dat ik mijn mening toch nuanceer. Weer zoiets dat niet zomaar in een hokje ‘goed’ of ‘slecht’ past.

 

In de baai ligt de schoener ‘Friendship Rose’, hier op Bequia gebouwd, die 25 jaar dienst heeft gedaan als de enige ferry tussen Bequia en St. Vincent

 

Naast échte boten, worden er hier ook heel veel modelboten gebouwd. Je kunt bij één van de vele werkplaatsen een schaalmodel van je eigen boot laten bouwen. Van hout; wat een vakmanschap! En dat werkt blijkbaar besmettelijk. Want als Stijn op een dag even alleen op pad is met de bijboot, komt hij een paar uurtjes later terug met wat plankjes waar hij een mooi tafeltje voor in de kuip van fabriekt.

 

Een model van een traditioneel zeilschip, waarbij elk detail met vakmanschap is uitgewerkt

 

 

Zo trots op mijn eigen timmerman!

 

Toeristen zijn hier heel erg welkom, maar er wordt zeker niet grootschalig op ingespeeld, met grote resorts en zo. Daar zijn we blij om. We maken hier prachtige wandelingen, naar plekken met sprookjesachtige namen als Mount Pleasant en Friendship Bay. Vooral de steile klim naar Ma Peggy Rock is pittig, maar onzéttend de moeite waard! We komen weinig andere toeristen tegen. Wél worden we vaak begroet door Bequienaren: “Morning morning… How are you doing today?… First time on Bequia? … Do you like it here? … Yeah mannn…. Relaxed! Enjoy your time on our beautiful island!” Ze vinden het wel een beetje gek dat we aan de wandel zijn, want om de haverklap wordt ons een lift aangeboden. Als we zeggen dat we graag wat lopen voor de ‘exercise’, kijken ze ons verbaasd aan. In de berm lopen geiten en kippen. In Port Elizabeth – het dorp hier aan de baai – is er altijd wel reuring. Er worden langs de weg maïskolven gegrild en verse kokosnoten verkocht, waar ter plekke het kapje af wordt gehakt, zodat je het kokoswater kunt drinken. Een beetje zoals wij in Nederland op elke straathoek koffie kunnen kopen om mee te nemen. Maar dan anders. Er rijden busjes af en aan. En ook taxi’s, in de vorm van kleurige pick-up-trucks waar je plaats kunt nemen op bankjes in de laadbak. Een paar winkeltjes met kleurrijke toeristenspullen wachten op de toeristen, die er nu nauwelijks zijn, maar ongetwijfeld in het hoogseizoen (vanaf november tot mei) weer in grote getalen door cruiseschepen uitgespuugd zullen worden op de kade.

 

Lekker de kuitjes trainen hier

 

De beloning na onze klim naar Ma Peggy Rock: Het uitzicht op ‘onze’ baai, met op de achtergrond St. Vincent

 

Het kerkje is één van de weinige gebouwen die niet felgekleurd zijn aan de buitenkant. Dat wordt aan de binnenkant dan wel weer gecompenseerd

 

Het klinkt misschien wat slaperig. Maar dat zou geen recht doen aan de bevolking hier. Want hun lage bevolkingsaantal compenseren ze moeiteloos met hun decibellen. Overdag merken we dat vooral bij de bankjes aan het water, waar op luide toon de belangrijke zaken besproken worden (daar gaan we in elk geval vanuit). En bij de reggaemuziek die luid uit elk voertuig schalt. Maar de echte levendigheid begint aan het eind van de middag, als er elke keer op een andere plek een feestje lijkt te zijn, wat eigenlijk nooit voorbij is tegen de tijd dat we in slaap vallen. Het lijkt erop dat de Bequienaar het ervan neemt.

 

Denk er even een goede ‘boombox’ met Caribische deun bij

 

And so do we! We genieten van de relatieve rust van het laagseizoen hier. Van de verse kreeft die een voorbijvarende visser ons verkoopt, terwijl hij vraagt wanneer Stijn nou eindelijk een joint met hem wil roken. Van het zuurzaksap, dat we zelf maken nu de kraampjes vol liggen met deze vruchten, en dat na een paar uurtjes in het vriesvakje van onze koelkast echt wel het genot van een lekker ijsje evenaart. Van het zelf opgevangen regenwater (ja, daar kun je van genieten!). Van de wandelingen. Van het eten in lokale tentjes. Van de contacten met de Bequienaren. Van het leven, eigenlijk!

 

Onooglijke vrucht met een slimy binnenkant klinkt niet heel smakelijk, het sap dat we ervan maken is dat des te meer!

 

Het ziet ernaar uit dat we vandaag of morgenvroeg vertrekken richting Bonaire, een tocht van zo’n drie dagen. Op naar nieuwe avonturen!

4 gedachten over “Dorpje in de oceaan

  1. Zuurzaksap is net appelsap, maar dan anders.
    Wat een mooi verhaal weer en wat een lust voor onze ogen. Beautiful.
    Fijne reis naar Bonaire

  2. Nog een wonder dat jullie die stip in de oceaan gevonden hebben!
    En ja, met deze waarschuwing was het een stuk beter te volgen 🙂

Geef een antwoord