Plans are written in the sand

De lucht is weer blauw met een paar vriendelijke stapelwolken, de wind en de golven nemen af, onweer verdwijnt, de overblijfselen van orkaan Isaac trekken definitief weg. Ha! Dit is hét moment om van Carriacou verder te trekken naar Union Island en de Tobago Cays. We halen wat laatste verse groente en fruit bij de stalletjes aan wal en zeggen officieel gedag bij het douane- en immigratiekantoortje in Tyrell Bay. We gaan weer naar een nieuw land, op naar St. Vincent en de Grenadines! Een groep eilanden met St. Vincent zelf, Union Island, Bequia en de Tobago Cays als bekendsten. Wij gaan eerst naar Union Island, een makkelijke springplank naar de Tobago Cays.

De 10 mijl naar Union Island staan wind en stroom tegen, de motor brengt ons tevreden brommend waar we zijn moeten. Een mooi tochtje, zeker als we de hoofdstad (nou ja, met 5000 inwoners eerder hoofddorp) invaren. Het stadje en de plek waar we kunnen ankeren liggen omringd door riffen. Waar we naar binnen varen is het heel breed hoor, maar het voelt toch wel vreemd om de Amuse uiteindelijk zo dichtbij rif te ankeren. De felle kleuren blauw van het water schitteren je tegemoet, een prachtige plek.

Inklaren in Clifton op het vliegveld(je) gaat ongelooflijk efficiënt. Met het bijbootje heen en terug naar de kant, wandelingetje naar het vliegveld, wat geklets met de douanier die alles van Nederlands voetbal wil weten (mijn kennis daarover is basic, dus snel klaar 🙂 ), stempel van immigratie, klaar! 20 Minuten later kom ik alweer met de bijboot aangeknord bij de Amuse en kan de gastenvlag van St. Vincent & Grenadines het want in.
Heerlijk aan zo’n ankerplekje achter het rif is dan weer dat je geen golven hebt, die breken namelijk allemaal op het rif, en wél de verkoelende wind. Het continue geruis van de brekende golven werkt heerlijk rustgevend.

In Clifton ankeren we achter het rif, mooi snorkelen ook!
Het lijkt wel gecomponeerd, toch?

Vanaf onze ankerplek hebben we zicht op Happy Island, een caféetje midden op een rif en dat is het dan ook. Als dat nou geen geweldig plek is om de aankomt op Union te vieren?! Het lijkt alleen gesloten, er zijn geen mensen te bekennen. Tóch staan de luiken op een gegeven moment open en wagen we het erop. We springen in onze dinghy en nét als we aan willen leggen bij Happy Island worden de luiken gesloten. Bummer! Onze teleurstelling moet wel erg van onze gezichten te lezen zijn geweest, want de eigenaar opent speciaal voor ons weer en laat door zijn vrouw lekkere rumpunch maken. De eigenaar, rastafari Janti, komt erbij zitten en legt uit dat het erg ‘slow’ is wat betreft klandizie en hij daarom niet zo vaak open is. Tja, het is nu inderdaad laagseizoen, over een maandje zal dat weer heel anders zijn, dan wordt het weer struikelen over de zeilers. Grappig is dat hij Happy Island eigenhandig op dit plekje heeft aangelegd van conch-schelpen en daarop dit café heeft gebouwd. Een geweldige plek voor een geweldige sundowner.

Met Janti op Happy Island. Lastig inderdaad om hier niet happy te zijn.

Net als we ons de volgende ochtend klaar willen maken om naar de kant te gaan en Clifton verder te ontdekken, pruttelt er een vissersbootje langszij. “Want fresh lobster?”. Het vissertje laat een kreeft zien die véél te groot is voor onze grootste pan. Als hij nou ook wat kleinere heeft… wat gegrabbel op de bodem van de boot en, já hoor, hij laat ons twee kleinere exemplaren zien. Die passen wel één-voor-één in de pan! Niet veel later zwemt de eerste in lekker warm water. Het schoonmaken is wel even een klusje. Met prikkers, kniptang uit de gereedschapskist en wat geduld (van Yvet 😋) hebben we twee prachtige kreeften om op te smikkelen.

Verser kan niet. En dan ’s avonds opsmikkelen in ons privé restaurant met sea view…

Wat later binden we onze dinghy vast aan de kade in Clifton. Wat een grappig stadje: huizen, marktstalletjes en vissersbootjes in vele kleuren. Her en der staan wat aandenken aan de geschiedenis van het eiland. Je kunt ook wel zien dat hier wat meer op toeristen wordt ingespeeld met enkele westers aandoende loungebars en souvenirwinkeltjes. Daarnaast lijkt het alsof het ook wat armoediger is dan bijvoorbeeld Carriacou. Een enkele bedelaar klampt je aan en er zijn wat meer ‘hangmannen’ die je van alles aanbieden (taxitour, vuilnis meenemen, stad laten zien, of wat we ook maar nodig hebben) in ruil voor wat dollars. De kreeft in de koelkast bewaren we voor de avond en we gaan hier op zoek naar wat te lunchen. We vinden het altijd leuk als we dat tussen de lokale bevolking kunnen doen. Eten wat zij eten, een babbeltje met ze maken. We vragen wat rond en komen terecht in een tentje waar niet veel mensen zitten, maar waar door lokalen aan de lopende band wel maaltijd worden meegenomen voor thuis. We krijgen een heerlijke BBQ kip met zowaar flink wat groenten erbij en dat voor een paar dollars.

Kleurrijke stalletjes nodigen uit om fruit en groente te kopen
Souvenir uit woelige vroegere tijden

We hebben niet heel Union uitgekamd, maar toch wordt het tijd om door te gaan naar de Tobago Cays, enkele mijlen verderop. Er komen namelijk een paar prachtige dagen met een zachte bries en nauwelijks golven, dat lijken ons ideale omstandigheden om de Cays te gaan bezoeken.

Volgens vele mensen en boeken zijn de Tobago Cays één van de topattracties van de Carieb. De Cays worden gevormd door een groot hoefijzervormig rif dat een gebied van kleine onbewoonde eilanden beschermt voor de hoge golven van de Atlantische oceaan. Witte stranden en wuivende palmbomen, kristalhelder water, veel soorten vissen en zeeschildpadden. Degenen die onze blogs regelmatig lezen hebben al vaker van ons gehoord over helder water en palmbomen. Daar heb je ze weer met dat helderblauwe water… Toch voelt deze plek heel eigen en de sfeer die er hangt maakt het zowaar nóg paradijselijker. Dat is ook de Pirates of the Carribean opgevallen. In dit gebied is een aantal van de films opgenomen. Jack Sparrow en zijn pirate queen Elizabeth Swan hebben hier op hun Black Pearl een prachtige werkplek!
Voor een grote trekpleister als dit gebied, zijn we met verbazend weinig andere zeilers hier. Je hoort ons er niet over klagen, even ons eigen Caribisch paradijsje… We hebben nog maar net ons anker laten vallen dichtbij het eiland Baradal en we worden al begroet door een schildpaddenhoofdje dat nieuwsgierig boven het wateroppervlak loert. We pakken snel onze snorkels en zwemmen even later zó tussen de schildpadden, hoe cool om stilletjes met ze mee te zweven door het water.

Snel even kijken wat er te beleven valt en dan snel weer terug naar de bodem
Uitzicht over de Tobago Cays vanaf Mayreau
En dat je dan je anker op vijf meter diepte keurig kunt zien liggen!

Verderop, bij het grote rif zien we heel veel tropische vissen, gespikkeld, gestreept, blauw, geel, groen en grijs, kort, smal, dik, dun, klein en wat groter. De barracuda’s en roggen die op andere plekken hier (tussen Petit Rameau en Petit Bateau) zwemmen hebben we verder maar met rust gelaten.

Yvet is helemaal fan geworden van snorkelen
Om stil van te worden…

En speciaal voor degenen die er nog geen genoeg van hebben, een filmpje met wat indrukken van de Tobago Cays:

Na de Cays gaan we richting Mayreau, net om de hoek, en laten daar ons anker vallen in Salt Whistle Bay. Het enige dorp met 450 inwoners ligt boven op de heuvels van het eiland en geeft prachtig uitzicht rondom.

Zacht ruisen de palmbomen op het stripje land dat de Atlantische oceaan scheidt van Salt Whistle Bay

Tijdens een wandeling naar het dorp raken we aan de praat met Nadica, die kinderen na de school opvangt. Ze vertelt ons over het reilen en zeilen in het dorp, op de school, over drank- en drugsproblemen, over tienerzwangerschappen. Het speelt allemaal in zo’n kleine gemeenschap.

We praten ook over ondernemerschap. Waar veel inwoners hier hetzelfde doen, wat proberen te verdienen met lunch en diner voor toeristen die hier een paar maanden per jaar komen, wil zij eigenlijk iets ánders. Ze investeert al haar spaargeld binnenkort in een klein zaakje waar zeilers hun was kunnen doen en wil daarbij de wachttijd wat plezieriger maken door goede koffie en thee en wat kleine ontbijthapjes te serveren. Tegelijkertijd wil ze met haar bedrijfje ook wat doen voor de lokale gemeenschap. Ze hoopt dat het ook een plek kan worden waar ze jonge meiden kan laten werken, en daarmee de kans vergroten dat ze in plaats van op straat rondhangen wat nuttigs doen en op het rechte pad blijven. Geweldig om te zien hoe ze haar eigen plan trekt, en de overtuiging en passie waarmee ze dat doet. Van sommige restauranteigenaren aan het strand krijgen we de indruk dat het ze echt alléén om de toeristenpecunia gaat.

Op dit eiland worden we behoorlijk heen en weer geslingerd tussen indrukken. Mayreau komt over als een kleine, hechte gemeenschap die zichzelf prima kan bedruipen. En dan opeens lopen we tijdens een wandeltochtje op een prachtige plek aan de kust tegen een hypermodern villapark in-aanbouw aan. Duidelijk voor (zéér) goedbemiddelden. De Griekse bouwopzichter spreekt ons nieuwsgierig aan en vertelt wat over hoe het hier werkt. Een heel aardige man trouwens die ons met van alles wil helpen als we wat nodig hebben. Voor hem is het begeleiden van de bouw hier een tijdelijke klus op het vaste land als tijdsbesteding tijdens het orkaanseizoen. Op een of andere manier steekt het een beetje, deze luxe hier. Speciaal voor de villa’s is een eigen grote watermaker gebouwd, die zeewater kan ontzilten, onder andere voor de stortdouches buiten en het zwembad. De overige eilandbewoners rooien het een paar maanden met het opvangen van regenwater in hun 2000-liter watertanks. Als je eigen water op is, dan krijg je wat van je buurman. Er is helaas niet genoeg regenwater om een tuin te besproeien en op behoorlijke schaal groente en fruit te verbouwen. Buiten het villapark staat voor een simpel houten hutje een oude vrouw de was te doen in een wastobbe. In het resort hangen bij de privé wasserette de netgewassen hagelwitte lakens en handdoeken te flapperen. De contrasten zijn groot, zonder trouwens een oordeel te willen vellen of dit nou goed of slecht is voor zo’n eiland. Op vele wijzen kan zoiets ook kansen bieden voor lokale bevolking.

Welke kleur wil je?
Vooruit dan, ook nog een foto met ons erop

Door naar Bequia dan! Of toch niet… het zou vanuit Salt Whistle Bay een stevig scherp-aan-de-wind tochtje met golven en wind schuin van voren worden. Op het moment dat we het anker op willen halen heb ik eigenlijk niet zoveel zin in wat een zoute butstocht zal worden, Yvet is er zelfs wat stilletjes van en het rommelt in haar buik. Gaan we dus niet doen, change of plans. We verruilen Salt Whistle Bay voor Saline Bay, aan de beter voor wind en golven beschutte westkant van het eiland. Dat is trouwens niet voor niets, want tropische storm Kirk en depressie Eleven liggen op de loer op de Atlantische Oceaan. Weer een paar dagen de weer- en NOAA-orkaan berichten goed in de gaten houden! Omstandigheden om door te gaan naar Bequia worden nu zeker niet beter. En we liggen in Saline Bay helemaal prima, ook als de wind stevig aantrekt en draait. We kunnen hier achter ons anker alle kanten op zwieren, daar was Salt Whistle Bay wat te krap voor. Het geeft ons mooi de kans om nog wat meer van Mayreau te zien. En ook om het plan voor de komende tijd er nog eens bij te pakken. Wachten op goede omstandigheden om nog door te gaan naar Bequia? Of toch naar Bonaire? Gelukkig buigt het tropische geweld dat Kirk met zich meebrengt weer naar het noorden af en zijn we helemaal veilig waar we zijn. We krijgen hier alleen wat wind-, onweer- en regenpret van Kirk z’n staart.

We zijn heel blij dat we nog zo lang tijdens het orkaanseizoen hier rond hebben kunnen scharrelen, en het zou nu ook prima zijn als we deze kant van de Carieb voor ons ‘compleet’ verklaren en westwaarts richting Bonaire trekken. Op naar een nieuw hoofdstuk van onze reis, bekende gezellige zeilers die we eerder zijn tegengekomen en nieuwe gebieden verkennen. En dan zijn we ook mooi op tijd voor mijn ouders die eind oktober naar Bonaire komen.
We maken het plan om vanuit Clifton op Union Island te vertrekken naar Bonaire, een dag of 3-4 zeilen. Op Union kunnen we boodschappen doen en uitklaren. We maken de boot klaar voor een langere tocht en plannen de route.

Op de avond voor vertrek zie ik een berichtje dat zeilers in Bonaire van hun mooringboei zijn verplaatst voor een regatta die plaatsvindt en dat havens vol zijn. We hadden wel verwacht dat het even zoeken zou zijn om een plekje te vinden in Bonaire, ankeren mag namelijk niet. Maar dat er helemaal géén plek zou zijn, ai ai, lastig. Wanneer we dat de volgende ochtend nét voordat we willen uitklaren nog bij bekenden in Bonaire verifiëren, blijft de conclusie gelijk: héél weinig kans op plek, dat is voor ons een no-go.

Tijd voor plan B dan! Een tussenstop op Los Roques, op driekwart afstand op de route tussen de Grenadines en Bonaire, is een aantrekkelijke optie. Het is onderdeel van Venezuela (wel veilig, meerdere zeilers zijn er al zonder problemen geweest) en om het land binnen te mogen, kunnen we alleen met US dollars betalen. We zoeken in Clifton naar een plek om die te bemachtigen, maar vinden die helaas niet. Plan C dan maar? De wind draait zowaar gunstig voor een tochtje naar Bequia, en van daaruit kunnen we prima naar Bonaire wanneer de regatta daar voorbij is. Kennelijk mogen we deze kant van de Carieb niet verlaten voordat we Bequia ook hebben gezien, en het eiland stand stond nog op onze verlanglijst 😎.

Het is echt frappant om te merken hoe vaak we deze dagen in een mum van tijd onze plannen omgooien. We doen dat tegenwoordig met groot gemak. En kijken dan net zo eenvoudig naar een alternatief plan uit. Dat was anderhalf jaar geleden wel anders, vrees ik. Ik denk dat we tijdens deze reis langzaamaan wel geleerd hebben: Plans are written in the sand.

4 gedachten over “Plans are written in the sand

  1. Lieve Yvet en Stijn,

    Wat hebben jullie ons weer een heleboel moois en interessants voorgeschoteld, jaloersmakend gewoonweg!

    Maar vooral willen wij jou, Yvet, en natuurlijk mede ook Stijn, van harte feliciteren met je verjaardag. Een mooiere plek om die te vieren, is welhaast niet denkbaar! Wij wensen jullie samen heel veel geluk in het komende jaar, maar vooreerst natuurlijk een behouden verdere vaart.

    Geniet met elkaar van iedere nieuwe dag en van elke nieuwe ervaring!

    Liefs en hartelijke groeten,
    tante Joke en oom Martin

  2. Ha lieve zeilers, altijd weer een genot iets van jullie te lezen.
    Ten eerste Yvet gefeliciteerd, al weer een jaar geleden dat we aan de couscous in Rabat zaten op jouw vorige verjaardag!
    En inderdaad een prachtige plek om die te vieren, met je schildpadbuddies en daarna op het menu.
    Verder zie ik aardig wat coachingslessen voorbij komen, goed documenteren en straks in een bloeiende coachingspraktijk in zetten, dan heb je de reis “zo” terug verdiend!
    En ja, als ik dan nog mag zeuren: Stijn, wil je de volgende keer er boven zetten “alleen met zonnebril op en Corona in de hand te lezen”? Die kleuren!!!!
    Behouden vaart en tot een volgend avontuur!

Geef een antwoord