Ritme van de rías

Wat een andere feel heeft Spanje, zeg! Het landschap is veel ruiger dan het Franse, het eten is anders, de havens zijn anders… Maar wat ons het meeste bezighoudt, is de aanpassing naar het Spaanse ritme.

Onze eerste dag in A Coruña merken we nog niet zoveel van dat ritme. Na onze gebroken nachten tijdens de oversteek van Biscaje, gaan de oogjes de eerste ochtend in de haven pas laat open. Het miezert de hele dag een beetje, maar dat vinden we niet zo erg, want we hebben wel wat klusjes te doen. De boot is van de buitenkant één grote zoutbak geworden en alles wat je aanpakt plakt verschrikkelijk. En ook binnen plakt de kajuitvloer. Bovendien hebben we al weken geen was meer gedaan en begint een aantal essentiële kledingstukken ‘op’ te raken in de kastjes. Het fijne van onze relatief kleine behuizing is overigens wel dat de boot er een paar uurtjes later alweer helemaal spik en span uitziet.

De volgende dag schijnt de zon weer uitbundig. Na een ochtend met wat laatste karweitjes willen we A Coruña gaan verkennen, maar realiseren ons dat de siësta hier is begonnen. In Frankrijk deden ze daar ook al aan, maar waren de sluitingstijden tussen de middag nog enigszins beschaafd (van 12.00 uur tot 14.00 uur was gebruikelijk). Hier in Spanje pakken ze het serieuzer aan: alles gaat hier rond 12.30 uur dicht, om pas tegen een uur of 17.00 weer open te gaan. Het blijft vervolgens open tot een uurtje of 21.00 ’s avonds, dat dan weer wel. Wie overigens met hongerige maag op zoek gaat naar een eettentje komt niet zomaar voor een gesloten deur, restaurantjes zijn wel open en met veel geluid lunchen de Spanjaarden uitgebreid. Aan een menu del dia voor lunch moeten we even nog niet denken. We leggen ons zonnetentje over de giek en storten ons vol overgave in de siësta.

Aan het eind van de middag lopen we – als ware toeristen gewapend met fototoestel – A Coruña in. Wat een leuke stad zeg! De bebouwing is heel statig, met grote witte galerijgevels en heel veel ramen.

Vanuit de haven midden in de stad hebben we uitzicht op deze prachtige galerijgevels. Héél veel glas.

Net achter de haven ligt ook een prachtig Plaza Major. We herkennen de stijl van veel andere Spaanse steden die we jaren geleden al camperende hebben bezocht. Verder heel veel terrasjes en levendigheid op straat. En heel veel leuke winkels! We vinden een paar kleine bootonderdeeltjes die aan vervanging toe waren, dat is wel fijn van zo’n grote stad. Onze neuzen worden ook regelmatig geprikkeld, bijvoorbeeld als we voorbij een jamoneria lopen. Een winkel helemaal vol met hammen, gekookt, rauw, gerookt, gerijpt of heel lang gerijpt. Jummie. We lopen nog een paar uur kriskras door de stad en beginnen rond 18.00 uur wel wat dorst te krijgen. En eerlijk gezegd: een tapasje zou ook al best passen. Maar de terrassen zijn nog angstvallig leeg. Her en der zitten wel wat locals met een kopje koffie of met warme chocomel (?!), maar het is volstrekt duidelijk dat de Spanjaarden nog niet denken aan eten op dit tijdstip. We weten het terras nog even uit te stellen en strijken dan toch neer. “Vino blanco” graag! Waarop we een heerlijke zomerse wijn uit Rebeiro krijgen, een wijngebiedje dichtbij een baai (ría) waar we over een tijdje nog langskomen. Dat gaan we onthouden! Rond een uurtje of 20.00 wordt de trek groter dan onze intentie om ons aan te passen aan het Spaanse ritme en roepen we de ober erbij. Pas tegen de tijd dat wij de lekkere tapasjes al lang en breed achter de knopen hebben, vullen de tafeltjes om om heen zich ook met tapas. Nog even wennen hoor aan dat ritme!

Zonsondergang over de prachtig gelegen Club Nautico Real de Coruña

De Galicische kust (het noordwesten van Spanje) nodigt ons bijzonder uit om in het Spaanse leven te komen. De rías in dit gebied liggen dagtochtjes van 15 tot 40 mijl uit elkaar; lange afstanden overbruggen hoeft dus voorlopig niet. Rustig de ochtend in, stukje zeilen, ankertje uit in een baaitje of een klein haventje in. Lekker relaxen, filosoferen over het leven, spelletje doen, verkenning met de bijboot of een mooie wandeling aan wal, dat lokt ons wel.

Nadat we in A Coruña nog wat boodschappen hebben gedaan, inclusief jamon en chorizo natuurlijk, verlaten we de haven om de rías te gaan ontdekken.

De eerste dag laten we ons anker vallen even verderop in Ría de Coruña bij Playa del Burgo. Een rustig baaitje in de luwte van A Coruña dat zich prima leent om ons ankergerei voor de eerste keer sinds juni weer eens uit de ankerbak te lieren. We genieten als avondeten van onze laatste Bretonse souvenirs: galettes met camembert, ei en ham.

De volgende dag varen we door naar Ría de Corme y Laxe, 35 mijl naar het zuidwesten. We varen langs afwisselend ruige en groene kust waar deze hoek van Spanje om bekend staat. Onderweg bereiken we nog een mooie mijlpaal: 1000 mijl door het water samen met de Amuse sinds ons vertrek begin juni. Dat vieren we met een rompklopje voor de Amuse en een lekker kopje koffie en de laatste stroopwafels uit Nederland voor ons.
Corme is een klein rustig stadje waar verder niet veel te beleven lijkt (maar wel weer eens een werkend wifi van een hotel aan het strand 😄, de havens gooien er wat dat betreft met de pet naar…), de ankerplek net voor het stadje is echter prachtig.

Voor anker bij Corme.

Met dit uitzicht smaken de tapasjes die we ’s avonds opsmikkelen op de boot nóg lekkerder. We liggen hier super beschut tegen wind en oceaandeining, dus de Amuse ligt ’s nachts lekker rustig te dobberen achter haar anker en wij kunnen lekker rustig snurken.

Omdat er over een paar dagen meer wind wordt voorspeld en we dan wat meer uitwijkmogelijkheden willen hebben gaan we verder naar Ria de Camariñas, volgens onze boeken één van de mooiste en vriendelijkste rías aan de Galicische kust. En eentje met ankerbaaitjes in bijna alle windrichtingen en een haventje voor als wind en deining ons te gortig worden. Tijdens de tocht van 20 mijl kunnen we ons prima een voorstelling maken waarom deze kust ook wel Costa da Morte heet. Wij hebben weinig wind en lage golven, toch breken de golven al met geweld tegen de ruwe steile rotsen. Hier wil je niet zijn met heel veel wind en reusachtige oceaangolven. We lezen over het Engelse marineschip de Serpent met jonge kadetten dat hier eind 19e eeuw in zware wind en zeegang dichtbij de Cabo Villano te pletter sloeg. Niet het eerste en helaas ook nog niet het laatste schip aan deze kust. Pas enkele jaren later werd er om de navigatie te vergemakkelijken een vuurtoren op deze Cabo Villano gebouwd. Gelukkig zijn de weergoden ons vandaag heel goed gezind en hebben we moderne navigatie om deze kaap goed te ronden naar Camariñas.

Cabo Villano met de gelijknamige vuurtoren die toekomstig leed aan deze kust moet voorkomen.

We droppen ons anker in de havenkom van Camariñas. Aan de ene kant van de boot het kleurrijke Camariñas, aan de andere kant de prachtig groene ría. Wat een mooie plek. Na zeker te weten dat het anker goed ligt is het voor ons tijd om met eigen hapjes en tapjes deze zeildag lekker dobberend af te sluiten.

De volgende ochtend begint behoorlijk ‘spooky’ als in de ría de mist boven het water hangt. Dat hoort er een beetje bij hier in deze rías, het is niet voor niks zo groen.

Geheimzinnig, zo wakker worden.

Als de wind dan aantrekt en er dicht bij ons in de buurt het anker van een andere boot begint te krabben en daarmee bijna een andere boot raakt voelt dat voor ons niet zo fijn. De Amuse heeft in A Coruña immers al een littekentje opgelopen van een roekeloze fransoos, dat is wel genoeg. Sowieso wilden we graag aan wal voor een échte douche en landverkenning dus schieten we het nabij gelegen haventje in. Goed om te weten voor onszelf dat we ons eigen anker met enige moeite uit de klei hebben moeten trekken (de elektrische ankerlier deed het meeste werk 😉), wij waren niet zomaar weggedreven, dat geeft veel vertrouwen.

Camariñas in de avondzon.

Vanuit het haventje maken we een prachtige wandeling langs de kust naar Cabo Villano, waar we op de weg hier naartoe langs zijn gevaren. Heel indrukwekkend om die kust van dichtbij te zien. Hoe machtig is de zee zeg…

Costa da Morte, de Atlantische Oceaan breekt ruw op ondieptes en rotsen voor de kust.

Inmiddels aardig aan de Spaanse tijden gewend, verwennen we onszelf ’s avonds (het is half negen als we aanschuiven en we zijn nog zeker niet de laatsten 😳) met lekkere tapas in het stadje. We krijgen onder andere percebes, eendenmosselen in het Nederlands. Dat zijn een soort kokkels die op ruwe stukken rotsen groeien, en waar hele stoere onverschrokken mannen deze gaan oogsten (voor een indruk kijk op https://youtu.be/iCWrjt8hCZk). Ongeveer dáár waar wij vanmiddag liepen met zoveel ontzag voor het geweld van het water dat tegen de rotsen beukt. Ontspannen genieten wij ervan, vergezeld met een heerlijke Albariño wijn uit de regio.

We mikken erop om één van de komende dagen Cabo Finesterre te ronden naar de volgende baai, Ría de Muros. Daar moeten we wel goede weers-, wind- en golfomstandigheden voor hebben want zoals vaak met de kapen hier kan het er behoorlijk spoken. Tot die tijd gaan we nog mooie plekjes in deze Ría de Camariñas ontdekken en ons overgeven aan het ritme van de rías.

2 reacties op “Ritme van de rías”

  1. Maria van Rossum

    Wat een afwisseling in natuur en cultuur! leuk om te lezen dat jullie genieten van lokale hapjes en drankjes

  2. René en Truus

    ! Lo siento por el retardo!

    Wat een MIJLpaal (cipo kilométrico), de eerste duizend! Maar toch niet alleen een ‘rompklopje’ voor de Amuse, ook een schouderklopje voor jullie!!!
    Weer een heel ander land, in alle opzichten, maar móói. Het is zo gaaf dat wij met jullie mogen meegenieten door de prachtige verslagen en foto’s. Zo zijn we toch een beetje mee op reis!
    Besos, abrazos, adiós y hasta la próxima, XXX

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.